terug
door Wendy de Jong

Interview Rob Slot (Eigen Haard) en Wendy de Jong (GovernanceQ)

Rob Slot is voorzitter van de raad van commissarissen van de Amsterdamse woningcorporatie Eigen Haard.

Naar een hoger niveau

“Permanente educatie (verder: PE – red.) van toezichthouders is een must wat mij betreft”, zegt Rob Slot. “Waar ik echter niet zo enthousiast over ben is een one size fits all benadering. Er is nu eenmaal een groot verschil tussen woningcorporaties en individuele commissarissen. Dat vraagt om maatwerk.” Zelf rondde Slot recent een opleidingstraject af met zijn eigen raad van commissarissen, waarbij een op Eigen Haard toegespitste business case centraal stond. “Wij merken in de praktijk dat de behoefte aan bijscholing onder doorgewinterde commissarissen niet minder is dan bij nieuwkomers, maar natuurlijk wel anders”, merkt Wendy de Jong op. “Om te voorkomen dat PE een doel op zich wordt om de verplichte punten te halen is het zaak om een interessant opleidingsprogramma samen te stellen. Daarbij is van belang voor wie het is en wat er binnen een specifieke organisatie speelt.” Slot hecht sterk aan incompany trainingen. “Zo’n opleiding op eigen terrein is om te beginnen erg praktisch, maar het geeft ook een persoonlijk tintje aan de bijeenkomsten.” Een goede voorzitter hecht aan de kwaliteit en regelmaat van scholing en training van de leden van zijn raad, stelt hij. “Educatie op maat helpt een voorzitter om de kwaliteit van de raad van commissarissen op peil te houden en zelfs naar een hoger niveau te tillen. Als commissaris moet je overigens ook willen leren. Je laten bijscholen omdat je nu eenmaal PE-punten moet halen is een wat magere motivatie.”

Meer positiviteit uitdragen

De Jong: “Ik zie onder commissarissen een eigen behoefte aan het ontwikkelen van kennis en inzicht op diverse manieren. Maar de realiteit is dat externe factoren vragen om opleiding en training. Het verplicht halen van PE-punten en het doorlopen van de fit & propertest zijn evidente voorbeelden. Ook het feit dat er door huurders en andere stakeholders van de corporatie steeds meer van toezichthouders wordt gevraagd - zij zijn in toenemende mate aanspreekbaar - vraagt om het aantoonbaar up-to-date houden van skills en kennis.” In de ogen van Slot is het PE-systeem echter te rigide. “Als door een corporatie zelf een inhoudelijk sterk intern traject op het gebied van toezicht wordt georganiseerd, vind ik het onzin als daarvoor geen PE-punten worden toegekend”, zegt hij. De Jong geeft aan dat voor haar juist de uitdaging is om daar een mooi intern PE-programma van te maken. Ook denkt Slot dat er op het gebied van e-learning nog een slag kan worden gemaakt binnen de corporatiesector. “E-learning in combinatie met een toets is laagdrempelig en flexibel. Er zijn thema’s die zich uitstekend lenen om te worden gedoceerd via een serie online colleges.” Hij wil graag bijdragen aan een positiever denken binnen de sector. De goede inzet van commissarissen en bestuurders die hij ziet, mag dan ook meer worden uitgedragen. Goede opleiding en maatwerk-ontwikkeling dragen daaraan bij. “Het gesprek bij de ILT bij (her)benoeming mag ook gaan over wat je als commissaris voor de sector kan en wil betekenen. Een commissaris die up-to-date is heeft daar een goed antwoord op.”

Top